Artikel uit uitgave 3, 2011

Zwolle heeft een zeer bescheiden plaats gehad in de Nederlandse rijwielindustrie. Er zijn hier geen grote rijwielfabrieken geweest, zoals in andere Overijsselse steden. Deventer had met Burgers ENR (Eerste Nederlandse Rijwielfabriek) de oudste fabriek van Nederland (1869), Dedemsvaart en later Nieuwleusen zijn bekend door Union. Ook het Drentse Meppel was een echte rijwielstad met de fabrieken van Germaan en Primarius.

In Zwolle ging het vooral om de import en de assemblage van fietsen uit onderdelen en om de kleinschalige bouw van complete fietsen. In het onderstaande wordt speciale aandacht besteed aan rijwielimporteur Klaas Baving en zijn opvolgers en aan het rijwielfabriekje van L. Mulder. Met de eerstgenoemde had Zwolle rond 1900 een bedrijf van nationale betekenis. De rijwielfabriek van L. (Ludolph) Mulder neemt in de nationale fietsgeschiedenis een aparte plaats in door zijn bijzondere vindingen.1)

De ontwikkeling van de fiets
In 1817 begon de ontwikkeling van de fiets met de introductie van de loopfiets door de Duitser Karl Friedrich Drais von Sauerbronn. In 1861 werd een belangrijke stap gedaan via de ontwikkeling van een roterend trapsysteem, rechtstreeks op de vooras, door de Fransman Michaux. Door de houten wielen met stalen hoepels en de slechte wegen uit die tijd werd deze fiets wel "Boneshaker" of "Bottenschudder" genoemd. Fietsen was toen vooral een sport en geen algemeen genoegen. In 1870 werd de "hoge Bi" gepatenteerd door de Engelsen James Starley en William Hillman. Deze fiets had een groot voorwiel en een klein achterwiel. Hierdoor konden veel grotere snelheden worden gehaald. De stalen wielen en de massieve rubberbanden zorgden voor een sterke verbetering van het rijcomfort. Deze hoge fietsen waren echter vrij gevaarlijk om op te rijden.

In 1885 ontwikkelde de Engelsman John Starley de veiligheidsfiets "Rover". Deze fiets had vóór en achter ongeveer even grote wielen en werd aangedreven door een ketting. Deze fiets lijkt al erg op het huidige "ruitmodel", dat aan het eind van de negentiende eeuw werd ontwikkeld. De uitvinding van de luchtbanden door Dunlop in 1888 droeg belangrijk bij aan de vergroting van het rijcomfort. Het ruitmodel heeft het tot nu toe met allerlei kleine wijzigingen volgehouden. Pas de laatste tien jaar komen afwijkende modellen, zoals ligfietsen, meer in zwang. De ontwikkeling van de eerste modellen vond vooral in het buitenland plaats. In Nederland was de smid Burgers uit Deventer één van de eersten die zelf rijwielen bouwde naar buitenlands voorbeeld. De in 1869 gestarte rijwielfabriek van Burgers heeft vrijwel alle modellen fietsen gebouwd.

De rijwielfabricage
Aan het eind van de negentiende eeuw was het bezit van een fiets nog beperkt tot de meer welgestelde klasse. Over de rijwielfabricage in Zwolle uit die tijd zijn weinig gegevens beschikbaar. Het waren vooral smederijen die zich ook gingen richten op de fabricage van rijwielen. Bekend is dat mr. J. Thiebout omstreeks 1865 een loopfiets liet bouwen bij een plaatselijke rijtuigmaker. In het Adresboek van Zwolle uit 1891 staat een advertentie waaruit blijkt dat de smederij van de firma Wed. W. Jansen uit de Sassenstraat zich ook bezighield met de handel en fabricage van rijwielen. Een ander was de firma S. Wiener, die volgens een advertentie uit de ANWB Kampioen uit het begin van de jaren negentig Amerikaanse fietsen importeerde en het merk Cleveland deponeerde.

In deze tijd ging ook de schaatsenfabriek van H.J.Gorter zich op de fabricage van rijwielen richten. De smederij van J. Uit den Bogaard uit de Diezerstraat en later de Tuinstraat ging eveneens fietsen bouwen. In 1898 bracht hij een speciaal soort fietsen de Z.A.C."s in de handel. Later richtte deze zaak, die tot 1942 heeft bestaan, zich geheel op de fabricage van velgen. In de Verslagen van de toestand der Gemeente wordt in de periode 1890-1910, onder de rubriek "invoer van grondstoffen" melding gemaakt van de "velocipèdes" uit Pruisen en België. De omvang hiervan lag voor Pruisen op een bedrag tussen de ƒ 50.000,- en ƒ 90.000,- en voor België ging het om enkele duizenden guldens. Ongetwijfeld was Klaas Baving één van de importeurs. Er zijn in Zwolle rond 1900 dus op beperkte schaal wel fietsen gebouwd, maar vooral ging het om de import van fietsen. De rijwielfabrikant Mulder is eigenlijk de enige geweest die tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw op kleine schaal zelf fietsen bouwde.

De rijwielhandel
Na 1910 begon de fiets voor steeds meer mensen een betaalbaar vervoermiddel te worden. Het fietsbezit in Nederland nam dan ook sterk toe. Dit is ook te zien aan de sterke stijging van het aantal rijwielhandelaren en reparateurs. In 1901 waren er in Zwolle elf rijwielhandelaren en -grossiers, in 1919 al 31, in 1933 waren er 45 en in 1951 al 56. Daarna nam het aantal, ondanks de groei van de bevolking, weer af; tot 36 in 1961 en tot ruim twintig in 2001. Vooral in de crisistijd van de jaren dertig was de concurrentie groot. Dit blijkt wel uit de folder die de firma van Eijsselsteijn uitbracht over "Zeelandia" rijwielen. Ze adverteerde hierin met zeer goedkope rijwielen en bond "de strijd aan tegen het afbetalingssysteem". Door het afbetalingssysteem waren in de crisisperiode van de jaren dertig veel mensen in financiële problemen gekomen.
Door de felle concurrentie waren er in die tijd nogal wat bedrijven die maar korte tijd bestonden. Bekende, inmiddels ver-dwenen, rijwielhandelaren uit de eerste helft van de 20ste eeuw die tientallen jaren bestonden waren de firma"s S. Stoffer, R. van Beek, H. Stegeman, W. Zwakenberg, J. Haan, E. en G. During, D.J. Dutman, G.J. Bredewold, H. Marsman, T. Beltman en J. Lucht.

Nu zijn er nog verscheidene bedrijven die al zeer lange tijd in Zwolle bestaan. Deze zijn voor de Tweede Wereldoorlog begonnen en vaak van vader op zoon doorgegaan. Het zijn de firma"s Bos, Korpershoek, Kamp, Koetsier, Rigter en Scholten. In een groot deel van de 20ste eeuw waren er meerdere grossiers in Zwolle. Dit aantal schommelde vaak rond de zeven. Bekende grossiers waren de firma"s Ackmann, Bur-gert, Caneel, Troostwijk en Wijsman. In de jaren negentig zijn er nog slechts enkele grossiers overgebleven: de oudste is de firma Kruitbosch, die zich omstreeks 1955 in Zwolle vestigde.

Fietsmerken uit Zwolle
Nederland kent een zeer groot aantal fietsmerken. Op de fietsen waren de merknamen meestal aangebracht in de vorm van een koperen merkplaatje (balhoofdplaatje) of een transfer (een soort plakplaatje). Naast de bekende rijwielfabrikanten voerden vooral ook grossiers, en soms fietsenmakers, een eigen merk. Men bouwde de fietsen dan vaak zelf van aangekochte onderdelen (assembleren) en verkocht deze onder eigen merk. Deze merken werden soms wel en soms niet wettig gedeponeerd. Ook in Zwolle zijn grossiers geweest die een eigen merk voerden. Een deel daarvan werd wettig gedeponeerd bij het merkenbureau in Rijswijk. Verder hebben ook enkele rijwielhandelaren fietsen verkocht onder een eigen merk. Bekend zijn in ieder geval "HJS" van H.J. Scholten uit de Luttekestraat en "D.K.Z". van D. Kamp uit de Van der Laenstraat in de jaren dertig.

Overzicht van Zwolse fietsmerken van voornamelijk grossiers 2)

Merk Eigenaar Adres Datum
Cleveland S.Wiener ? 02-05-1896
Express Klaas Baving Veerallee 37 13-07-1897
Success Klaas Baving Veerallee 37 13-07-1897
Perfection Klaas Baving Veerallee 37 17-09-1898
Z.A.C. J. uit den Bogaard & zonen Diezerstraat/Tuinstraat
J. de Vries? Diezerstraat 35 1928
Welcome Klaas Baving Veerallee 37 29-04-1903
Salland Klaas Baving Veerallee 37 10-01-1911
Baving H.G.A. Ackmann Praubstraat 1912
Zeelandia Van Eijsselsteijns’s rijwielindustrie Thorbeckegracht/ Kampersstraat 29-08-1928
Zwolland H.Wijsman, Zwolland-rijwielcentrale Steenstraat 5 05-06-1944
Barzoi Is./Arthur, Abraham en Andries Troostwijk Voorstraat 29 21-02-1950
Schot Is./Arthur, Abraham en Andries Troostwijk Voorstraat 29 01-11-1951
Arsenal Fa. Burgert Korte Kamperstraat 29
Hareca Fa. Caneel Vispoortenplas
Zwolle Fa. L. Mulder Bitterstraat, Hoogstraat vanaf ca. 1920
Goodluck ? ?

Klaas Baving rijwielen
In 1898 vestigde Klaas Baving zich in Zwolle aan de Veerallee nr. 37. Hij begon in 1899 een intensieve reclamecampagne via advertenties in onder andere de ANWB Kampioen en het vakblad van de Nederlandse Rijwielhandel voor "Success" en "Perfection" rijwielen. Naast importeur van fietsen was hij ook importeur van motoren, buitenboordmotoren en auto"s. Aan zijn intensieve reclamecampagnes is te zien, dat het om een grote zaak ging, zoals ook blijkt uit de omvangrijke en fraai uitgevoerde catalogi met kleurenomslag. (In het fietsmuseum Velorama in Nijmegen zijn er twee, uit 1914 en 1915, te bewonderen.)
Klaas Baving had in die tijd een voor Nederland, en zeker voor Zwolle, grote zaak, en zijn merken werden door het hele land via agenten verkocht. De manier waarop hij zijn naam vestigde is opvallend. Vanaf het begin probeerde hij de zaak een zeer degelijk imago te geven. Het was toen weliswaar gebruikelijk om de naam van de eigenaar ook als merknaam te gaan voeren, maar meestal werd dan alleen de achternaam gebruikt. Klaas Baving is hierop een uitzondering. Hij presenteerde zich als een zelfverzekerde zakenman met visie. Vanaf het begin heeft hij overal zijn voornaam Klaas gebruikt. Hij heeft hiermee blijkbaar zo"n degelijke reputatie opgebouwd, dat ook zijn opvolgers de naam als merknaam zijn gaan voeren.

In 1912 werd de zaak overgenomen door H.G.A. Ackmann. Klaas Baving woonde nog ongeveer een jaar in Zwolle op een ander adres, waarna hij de stad verliet. Ackmann zette als groothandel/importeur de zaak onder de naam "Klaas Baving rijwielen" op dezelfde voet voort en begon ook een eigen merk te voeren: Baving rijwielen anno 1912. Dit was een fietsmerk dat van ingekochte onderdelen werd geassembleerd. Hij vestigde zich eerst in de Vechtstraat nr. 6 en verhuisde toen, waarschijnlijk vrij snel, naar de Praubstraat 25. De zaak handelde ook in auto"s, motors en buitenboordmotoren.

In 1937 kreeg de zaak weer een nieuwe eigenaar. Het was J. Kappers, maar de naam van het bedrijf bleef "Ackmann"s rijwielindustrie voorheen Klaas Baving". Kappers bleef als groothandel fietsen onder het merk "Baving" assembleren. Ook gebruikte hij in ieder geval nog de merken "Success" en "Express". De zaak verhuisde omstreeks 1939 naar de Harm Smeengekade 8. Behalve in rijwielen handelde de firma onder andere ook in buitenboordmotoren, wasmachines, wringers en tv"s. Volgens het archief van de Kamer van Koophandel werd de zaak in 1967 opgeheven. Het was geen uitzondering, want in die tijd ging het in heel Nederland slecht met de rijwielbranche en veel fabrieken moesten sluiten of fuseren.

Rijwielfabriek Mulder
In 1913 begon L. Mulder, samen met J. Stuiver, een galvaniseer- en nikkelinrichting in de Bitterstraat 3). Mulder had voordien gewerkt in de smederij van de suikerfabriek in Hoogkerk. Toen hij zijn chef meedeelde dat hij zelfstandig wilde worden, zei deze teleurgesteld: "Je had het hier ver kunnen schoppen, een tweede als jij zal ik niet gauw weervinden, want jij kunt alles." De twee ondernemers begonnen in het pand van de vroegere Koekfabriek van Brinkman. De koekoven bleef in de werkplaats aanwezig. Na enkele jaren gingen ze uit elkaar en ontwikkelde de zaak van Mulder zich tot een kleine rijwielfabriek en moffel- en nikkelinrichting. In 1938 verhuisde de zaak naar de Hoogstraat. Er werden oude, door particulieren of handelaren aangeboden, fietsen gereviseerd. Dergelijke fietsen werden geheel gedemonteerd, de gelakte onderdelen werden gestraald, gelakt en de lak werd in een moffeloven verhit en daardoor verhard. De vernikkelde delen werden opnieuw vernikkeld. De fietsen gingen dan met nieuwe lak, nikkelwerk, biezen en transfers weer de zaak uit. Dit reviseren van fietsen was vóór en vlak na de oorlog zeer gebruikelijk en alle fietsfabrieken hadden een afdeling waar dit gebeurde.

Mulder bouwde ook zelf complete fietsen, met frames naar eigen ontwerp. De overige onderdelen werden aangekocht en gemonteerd. Behalve voor eigen verkoop werden ook fietsen voor derden gemaakt. Zo leverde hij in de jaren dertig zeker 400 complete tandemframes aan de firma Cremer en Co. in Groningen. In die tijd wilde de firma Stokvis uit Rotterdam honderden frames bij hem laten bouwen. Mulder weigerde echter, omdat hij de prijs te laag vond.

De firma voerde het merk "Zwolle". Het transfer (plaatje) dat werd gebruikt, leek erg op dat van Fongers. Op een schuine baan stond "Zwolle" en erboven rijwielfabriek "L. Mulder". In 1932 raakte Mulder in een felle concurrentiestrijd verwikkeld met de firma Van Eijsselstein, die goedkope fietsen onder het merk "Zeelandia" verkocht. In maart 1932 stonden er enkele weken lang beurtelings advertenties van beide firma"s in de Zwolse Courant. Mulder verweet Van Eijsselstein dat hij zelf geen fietsen maakte en mindere kwaliteit leverde. Van Eijsselstein verweet Mulder vervolgens te dure fietsen te maken die in "stallen en schuren" werden geëmailleerd. Mulder stopte met de advertentiestrijd omdat die te veel geld kostte. Volgens het archief van de Kamer van Koophandel werd het bedrijf van Van Eijsselstein in 1937 beëindigd. De kwaliteit van de firma Mulder hield het blijkbaar langer uit dan de goedkopere producten van de firma Van Eijsselstein.

Mulder was een bijzonder inventieve man die, zoals zijn voormalige chef al had opgemerkt, alles zelf kon maken en die vol zat met vernieuwende ideeën. Hij heeft verschillende bijzondere en afwijkende modellen fietsen gemaakt, in vaak kleine oplagen. Voorbeel-den hiervan zijn tandems met draaiend achterstuur, triplettes (fiets voor drie personen), en kruisfietsen, waarbij het kruis niet met lugs verbonden was, maar via een uitgefreesd gat met koper gesoldeerd. Hij was ook inventief in het ontwikkelen van totaal nieuwe modellen.Voorbeelden zijn een opvouwbare fiets uit de Tweede Wereldoorlog, een verende fiets en een fiets met een zeer lage instap.
Mulders zakelijk kant was minder goed ontwikkeld. Hij vroeg nooit octrooi aan op zijn vindingen en deponeerde zijn merken ook niet bij het merkenregister. Soms brak hem dit op. Zo betrok hij, net als de meeste fabrikanten, zijn spatborden van de firma Van Schothorst. Omstreeks 1935 vroeg hij aan Van Schothorst of deze het achterspatbord met een extra brede, holle "kraal" kon maken, zodat hij het elektriciteitssnoertje hier door kon trekken. Van Schothorst deed het, maar na enige tijd bleek dat Mulder deze soort spatborden niet meer kon krijgen. Gazelle had er namelijk inmiddels patent op aangevraagd!

Mulder bleef tot zijn 71ste jaar actief. In 1960 werd de zaak van deze zeer kundige technicus met originele en vernieuwende ideeën beëindigd. Wat bij hem ontbrak was het zakelijk inzicht. Als hij samen met de wél commercieel ingestelde Klaas Baving een bedrijf was begonnen, dan had Zwolle wellicht een belangrijke rijwielfabriek gehad! 4)

Theo de Kogel

Dit artikel is ook verschenen in de Zwolse historische reeks nr. 2, een kleine staalkaart van het Zwols industrieel erfgoed- Publicatie van de Stichting IJsselacademie te Kampen nr. 142

1) Met dank aan de heer L. Mulder te Emmen voor de mondelinge informatie en het lenen van foto's en foldermateriaal, Jos van der Horst voor het geduldige uitzoekwerk bij het merkenregister in Rijswijk; verschillende (oud-) fietsenmakers voor de mondelinge informatie.

2) Samengesteld op basis van het Merkenregister te Rijswijk, verslagen van de toestand van de gemeente Zwolle, advertenties uit de Zwolse courant en het vakblad de Nederlandse Rijwielhandel en balhoofdplaatjes in bezit van de auteur.

3) Verslag van de toestand der gemeente Zwolle , 1913.

4) bronnen: adresboeken van de gemeente Zwolle in Gemeentearchief Zwolle, archief van de Kamer van Koophandel in Rijksarchief in Overijssel, Merkenregister Rijswijk. literatuur: Fuchs & W.J. Simons. De fiets van toen en nu. Akmaar.1983., L. de Vries "de dolle entree van automobiel en velocipee". Jubileumboek ter gelegenheid van het 90 jarig bestaan van de ANWB. Bussum 1973, Catalogus Vehikel, historische Wielenmarkt Utrecht mei 1981, Hoogenkamp, G.J.M. Een halve eeuw wielersport. Amsterdam 1916.