nlen

Berko, pionier in rijwielverlichting
Artikel uit Het Rijwiel, uitgave 2 van 2012

In dit blad is nog weinig geschreven over elektrische rijwielverlichting. Opmerkelijk, omdat het elektrisch licht letterlijk en figuurlijk aan de fiets vastzit en een beeldbepalend attribuut van de oude fiets vormt. Hoewel de eerste toepassingen van elektrisch licht in de vorm van batterijlampen al van voor 1900 dateren, komt de ontwikkeling van dynamo-aangedreven verlichting pas rond 1910 op gang. Tot ca. 1940 zou elektrisch licht een relatief dure accessoire blijven, dat alleen tegen meerprijs op een nieuwe fiets werd geleverd. De technische ontwikkeling van de dynamo-aangedreven verlichting vindt vooral in de jaren 1910-1930 plaats. In enkele artikelen willen we aan de hand van merkoverzichten de ontwikkeling van de elektrische verlichting in beeld brengen. We beginnen met het Duitse merk Berko, een van de pioniers op dit terrein.

replicaWeber

Replica van de elektrische verlichting van Weber gemonteerd op een hoge bi.


Bedrijf
In 1886 ontwikkelde Richard Weber uit Leipzig de eerste vorm van elektrische verlichting op wisselstroom. Een primitieve spoelendynamo die tegen de fietsband liep leverde stroom aan een lamp aan het stuur. De afgebeelde replica laat goed zien hoe dit mechaniek (dat alleen in Engeland als patent werd gevestigd) in elkaar steekt. Dit ontwerp is wel in productie genomen maar was zo duur dat het commercieel geen succes was.

De Duitse schooljongen Fritz Eichert uit Coburg knutselde in 1899 op 16-jarige leeftijd een soortgelijk mechanisme in elkaar, dat de basis zou vormen voor de eerste verlichtingsset van Berko. Ingenieur Eichert richt in 1908 een eigen bedrijfje op dat kort daarna de handelsonderneming Greif & Schlick uit Coburg overneemt. In 1909 ontmoet hij de wat oudere mecanicien Friedrich Quast uit Berlijn. Zij besluiten samen te gaan en richten in 1910 de Offene Handelsgesellschaft (OHG) ‘Quast & Co.’ op met een kleine productielocatie in het centrum van Berlijn. De schoonvader van Eichert, Karl Schmidt, treedt als geldschieter ook tot de onderneming toe. In hetzelfde jaar komen zij met hun eerste lichtset op de markt, de ‘Original S.S. Lampe’ (nog zonder de naam Berko). S.S. staat voor System

Schmidt, een verwijzing naar financier Karl Schmidt; de ‘modelnaam’ SS zal tot 1918 worden gevoerd. Het nieuwe product loopt direct goed, in een markt die tot dan toe beheerst wordt door olie- en carbidlicht; de gebruiksvriendelijkheid van elektrisch licht zal uiteindelijk de andere vormen van verlichting verdringen. In 1912 komt de eerste set onder de merknaam Berko op de markt; ‘Berko’ is een samentrekking van Berlijn en Coburg, de steden waar beide grondleggers waren begonnen.

Berko1910

Advertentie 1910

 BerkoAdv1912

Advertentie 1912

In de Eerste Wereldoorlog komt de productie van rijwielverlichting bij Berko-Werke vrijwel tot stilstand en ligt het accent op de productie van kogels voor militair gebruik; Berko heeft inmiddels ook een grote kogelfabriek onder zijn vleugels. Waar het bedrijf in de jaren ’10 nog nauwelijks concurrenten had, betreden rond 1920 meerdere fabrikanten deze nog kleine nichemarkt. Berko komt in de jaren ’20 met opeenvolgende innovaties en blijft een van de marktleiders. De fabriek, die in 1930 in Berlijn naar een groter locatie is verhuisd, exporteert veel dynamo’s en kogels en beleeft in de jaren ’30 zijn hoogtijdagen, met ca. 1.200 medewerkers in 1939. In de WO II ligt de productie van verlichting vrijwel stil en worden door de Russen veel machines uit de fabriek weggehaald (de fabriek lag in de Russische zone van Berlijn). Na de oorlog komt de productie van lichtsetjes weer op gang, maar is de concurrentie sterk gegroeid. In 1955 sterft oprichter Eichert, kort daarna komt het bedrijf in de problemen en in 1957 wordt de onderneming gestopt. De merknaam Berko wordt overgenomen door de Duitse fabrikant Union.

Verlichting
De eerste dynamo’s van Berko behoren tot het type waarbij een wikkelspoel in een vaste, hoefijzervormige magneet draait. Deze eerste, platte en brede modellen zijn als te beschouwen als model-stroomfabriekjes. De centrale as draait op twee kogelringen in conussen en via een sleepcontact wordt de opgewekte stroom naar het ‘stopcontact’ aan de voorzijde geleid. Alles is goed geïsoleerd, stevig uitgevoerd (de dynamo weegt ruim 1 kilo!) en geheel demontabel. Bijzonder aan de vroege Berko’s is het debrayatiemechanisme; het huis scharniert om een as, bediend door een bladveer. Op de vroege modellen staat niet vermeld welk voltage en stroomsterkte wordt opgewekt, maar waarschijnlijk zal het gaan om nog relatief zwakke stroom (0,3A en 4V?).

 Berko19121912

Het afgebeelde, open model uit ca. 1912 l (hierboven) aat goed de vorm van de dynamo zien. De bijpassende lamp is een typisch model uit de jaren ’10 met een fraai verend ophangmechanisme (vergelijkbaar met dat van olie- of carbidlampen). Op de foto van het model 1915 (hieronder) is goed de basisvorm van de platte Berko (toen nog voorzien van de modelaanduiding SS) te zien. Jaarlijks worden verbeteringen aan dit model (meestal vereenvoudigingen, die het gebruiksgemak ten goede komen) doorgevoerd. Het model 1927 is de laatste platte uitvoering.

 BerkoSS19151915

Berko19271922

In 1923 komt Berko met het ronde model D, waarvan het aandrijfwieltje tegen de binnenzijde van de velg loopt. Niet duidelijk is waarom men dit type op de markt brengt; het is weliswaar een stuk lichter dan de platte modellen, maar de aandrijving op de velg is minder bedrijfszeker dan die op de band. Mogelijk is dit een reactie op de introductie van soortgelijke modellen door de Duitse fabrikanten Bulli (1920) en Philag (1919). Het ‘schoensmeerdoos-model’ is niet demontabel. Een mooi klein lampje (model C) is rond 1921 leverbaar.

 BerkoC BerkoD

C 1921                                                                         D 1923

Interessanter is de introductie van de Berko koplamp (‘Einheitsblende’), eveneens in 1923. Dit kenmerkende model met zijn driehoekige vorm zal een groot commercieel succes worden in de periode dat het elektrisch licht aan zijn opmars begint (1923-1935). In 1923/1924 komen ook andere fabrikanten als Lucifer (in Nederland bekend als VT) en Bosch met nieuwe modellen. Deze elektrische setjes zijn nog steeds prijzig, maar kwalitatief inmiddels behoorlijk goed en bedrijfszeker. De koplamp van de Berko is in meerdere uitvoeringen leverbaar; in het glas staat driemaal de naam Berko. Berko1927 Berko1928

1927                                                                                         ca, 1929

Later dan concurrenten als Lucifer, Phoebus en Bosch komt Berko pas in 1927 met de dynamo in busvorm. Deze constructie betekent in meerdere opzichten een omslag; in het busmodel draait een as met magneetstaafjes rond een aantal vaste wikkelspoelen. Deze dynamo is compacter dan het platte model en ook het debrayatiemechaniek is anders (bij de eerste modellen een pen die uitgetrokken moet worden).

Ook deze dynamo’s draaien op kogels, hebben forse loopwielen en zijn nog behoorlijk zwaar (ca. 800 gram). Het deksel is afschroefbaar en het geheel is demontabel. Zoals bij andere merken uit die periode zijn losse onderdelen na te bestellen, ook jaren nadat de productie is gestopt. Doordat dynamo’s duur waren, was het de moeite waard ze te reviseren als ze defect waren.

In de jaren daarna zal Berko vrijwel ieder jaar met kleine verbeteringen van zijn busmodel komen; langzaam maar zeker worden de dynamo’s lichter en kleiner, terwijl de prijs elk jaar zakt. In 1933 komt men nog met een noviteit: de Berko Automat koplamp die zowel op batterij als dynamo werkt; als de fiets stilstaat kan met een schakelaartje de batterij worden ingeschakeld; gaat men rijden dan neemt de dynamostroom automatisch de batterijstroom over.

Berko1933   BerkoAdv1933

1933


Berko kent in de jaren ’30 een grote afzet van fietsverlichting in binnen- en buitenland. Men blijft vernieuwen zonder aan degelijkheid in te boeten. Zoals gemeld stopt de fabriek in 1957, maar tot in de jaren ’60 blijven lichtsetjes onder de gevestigde naam Berko op de markt verschijnen.

BerkoJunior1950 Berko1965

1950                                                                                       1965

Tot slot
Berko, dat zich afficheerde als ‘Älteste und größte Spezialfabrik der Welt für magnet-elektrische Fahrradlampen’, heeft in zijn vijftigjarige bestaan een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de elektrische fietsverlichting. Door de grote omzet was men in staat vrijwel jaarlijks verbeterde dynamo’s uit te brengen; aan de hand van deze modellen is de ontwikkeling van techniek en vormgeving op de voet te volgen. Deze verscheidenheid aan producten maakt Berko tot een boeiend verzamelobject voor de liefhebber van fietsverlichting.

Jos Rietveld