nlen

Artikel uit uitgave 3, 2007

Fietsen was in de begintijd van de fiets alleen weggelegd voor de meer sportief ingestelde mensen. Het was gevaarlijk en niet erg comfortabel. De Engelsen noemden een van de eerste modellen niet voor niets een Boneshaker (Bottenschudder). Pas met de uitvinding van de luchtband door Dunlop in 1888 werd fietsen een stuk comfortabeler. Al aan het einde van de 19e eeuw werden pogingen gedaan om het fietsen nog comfortabeler te maken door, behalve in het zadel, ook in het frame vering in te bouwen. Dit soort verende frameconstructies zijn echter pas de laatste tien jaar doorgebroken. Er kleefden aanvankelijk te veel nadelen aan. De wielrijder verloor te veel energie in het veermechanisme. Momenteel worden meestal schokbrekers ingebouwd waardoor het veren wordt gedempt.

Eind 19e eeuw zijn er in Engeland en Amerika verschillende fietsen met vering in het frame ontwikkeld. Een voorbeeld hiervan is de Cushionframe fiets van de Amerikaanse firma Pierce. In Nederland werd deze geïmporteerd door Klaas Baving uit Zwolle. Hij verkocht deze fietsen onder de merknaam ‘Success’ en adverteerde hier veel mee in de ANWB Kampioen. Op de Internationale IVCA rallye in Oirschot van juni dit jaar waren er verschillende verende fietsen van rond 1900 te bewonderen. Zo was er een Scandinavische fiets die geheel gemaakt was van veerstaal. Een Zwitserse deelnemer fietste op een hele hoge schitterend geveerde BSA fiets uit ca. 1910 (zie foto’s). De bovenbuis en de achtervork zijn vlak bij het zadel voorzien van een veermechanisme. Voor de erg mooi uitgevoerde trapas is een draaipunt aangebracht. Deze fiets zit technisch heel mooi in elkaar. Bij dit soort fietsen kan je terecht spreken van een machine, rond 1900 werd deze term veel gebruikt als men over fietsen sprak.

Verende fietsen in Nederland
In Nederland zijn voor zover bekend alleen begin jaren ’50 enkele verende fietsen in productie genomen; Dit waren de Simplex zweeffiets en de Rollsflex. In die jaren ontwikkelde rijwielfabrikant Mulder uit Zwolle ook een verend rijwiel dat echter nooit in serie productie is genomen. Voor die tijd is er ongetwijfeld wel geëxperimenteerd met vering, maar bij mijn weten zijn er geen verende fietsen echt in productie gekomen. Een voorbeeld van zo’n experiment stond in de ANWB Toeristenkampioen van 13 maart 1937. In dit nummer stond een artikel over de vinding van de heer Wessels, die werkte bij de firma H.J. Das uit Rotterdam. Deze had in een bestaand rijwiel een verende achtervork ingebouwd en een draaipunt bij de trapas gemaakt. Dit idee zien we later ook terug bij de verende fiets van Mulder uit Zwolle. De verslaggever van de Kampioen beschrijft zijn ervaringen tijdens een proefritje op deze fiets op de brug bij Zaltbommel: "De helling daar is nogal steil en lang. Toen we dan ook een beetje meer kracht op de pedalen moesten uitoefenen, begon de fiets en ons lichaam dezelfde bewegingen te maken, als een ruiter met paard in draf... Volmaakt is ze nog niet; maar als grondslag, en bedoeld als voorloopig proefwerk, is de heer Wessels met zijn vinding in elk geval op den goeden weg en voorloopig zeker geslaagd."

Rollsflex
De Rollsflex is een verende fiets die in 1948 ontwikkeld werd door H.E. Gravemeijer. Deze heeft samen met S.J. de Groot uit Baarn octrooi op deze vinding gekregen (octrooinummers. 72350 en 79220). Deze fiets had een verende voorvork en achtervering met een spiraalveer en bladveer. Theo Overvliet heeft veel documentatie over deze fiets verzameld, waarvan een kopie in het archief van de vereniging aanwezig is. In 1982 heeft Theo een interview gehouden met de uitvinder van deze fiets, de heer Gravemeijer. In 1950 werd deze vinding door de handelsonderneming van de heer Barneveld uit Baarn in productie genomen. Deze handelsonderneming voerde de naam ‘Rolls Cycles’. Het was een bedrijf dat in kachels deed. Met de Rollsflex ondernam men een uitstapje naar de rijwielbranche. Alvorens met Barneveld in zee te gaan had Gravemeijer ook geprobeerd om Burgers en Stokvis voor deze vinding te interesseren, echter zonder succes.

Voordat de fiets in productie werd genomen heeft S.J. de Groot uit Baarn uitgebreid proeven met de fiets gedaan. Dit leidde volgens de heer Gravemeijer onder andere tot het volgende stuntwerk: - Een man van 240 pond werd in een weiland op een Rollsflex fiets gezet om een tijdje rond te rijden. De fiets hield zich uitstekend, de vering was prima. – Een vertegenwoordiger van de heer Barneveld heeft in Limburg een ladder van 36 sporten uit laten leggen. Daarna verzocht hij verschillende mensen er met een gewone fiets over heen te rijden, het lukte niemand. Hij nam de verende fiets en het ging prima. De Rollsflex had nogal wat kwaliteitsproblemen. De verende voorvorken waren, niet zoals de folder vermeldde van hoogwaardig staal. Barneveld had de productie hiervan uitbesteed bij een fabriek in Enschede en die gebruikte in plaats van naadloos getrokken staal, ijzeren elektriciteitsbuis. Er werd ook een uitvoering in omloop gebracht met dubbele voorvering, maar volgens de heer Gravemeijer had dit helemaal geen zin. Barneveld had blijkbaar meer verstand van kachels dan van fietsen. De Rollsflex is slechts enkele jaren in productie geweest. De licentie overeenkomst met Gravemeijer is in 1956 beëindigd.

Simplex Zweeffiets
Simplex bracht in 1953 de Zweeffiets op de markt. Deze fiets is maar enkele jaren geproduceerd. Het was commercieel geen succes. Veel van deze fietsen zijn uiteindelijk bij verzamelaars terecht gekomen. De fiets heeft een verende voorvork waarbij op het kroonstuk een kantelpunt is gemaakt en de vering in een bladveer zit. Het zadel is ook op een bladveer gemonteerd. Het prototype van deze fiets is lang eigendom geweest van ons clublid Tom de Haer en is nu eigendom van het fietsmuseum te Roesselare in België. Tom heeft dit prototype lang geleden gekocht op het Waterlooplein in Amsterdam. Ik heb helaas geen foto van dit prototype maar als je een keer Roesselare bezoekt kan je goed zien dat het idee is uitgeprobeerd door het frame van een omafiets door te zagen en hier met wat extra buisjes een bladveer in te monteren.

De verende fiets van Mulder uit Zwolle
Rijwielfabrikant Mulder was een inventieve man die verschillende vindingen op zijn naam heeft staan (zie ook De Oude Fiets, 2001/3). In 1953 ontwikkelde hij een verende fiets.
In de voorvork bouwde hij een verende vork. Mulder produceerde al langere tijd verende vorken die hij veel exporteerde naar Indonesië. Ook van achteren werd een verende vork ingebouwd. De torsie die door de vering ontstond ving hij op door boven de trapas een draaipunt te maken. In de Zwolse Courant van 16 juni 1953 werd een artikel aan deze vinding gewijd met als titel Geheim van de smid. Om de details van de vinding voor de pers geheim te houden waren de essentiële onderdelen van de fiets afgedekt met een zeildoek. Samen met zijn zoon probeerde Mulder verschillende fietsfabrieken te interesseren voor deze vinding. Gazelle, Fongers en Union hadden geen belangstelling. Uiteindelijk wilde framebouwer Hartog uit Zeist de fiets gaan maken. Mulder zou 2 gulden per frame krijgen. Met de opbrengst wilde Mulder senior de studie van zijn zoon gaan betalen. Jammer genoeg ging Hartog in die tijd failliet, waardoor de deal niet doorging. Mulder stopte toen zijn pogingen. Het bleef daarom bij dit ene prototype. De fiets is vervolgens in verzamelaars handen terecht gekomen. Via via ben ik op het spoor van deze fiets gekomen. Hij is nu in mijn bezit. In de Zwolse Courant van 10 maart 2007 is evenals in juni 1953 een artikel aan deze fiets gewijd.

Theo de Kogel

Met dank aan Theo Overvliet en Herbert Kuner voor de informatie over de Rollsflex en Zweeffiets.