nlen

Artikel uit uitgave 4, 1996

Deze zomer vond in het Deventer Museum de Waag de tentoonstelling “Burgers, ga toch fietsen” plaats. Een fraaie expositie van Burgers fietsen en reclamemateriaal, die een beeld gaf van Nederlands oudste fietsenfabriek. Aanleiding om de geschiedenis van dit fameuze merk in kort bestek te schetsen. Het bedrijf De ontstaansgeschiedenis van Burgers is reeds op meerdere plaatsen uit de doeken gedaan. Voor de volledigheid een korte samenvatting.

De Deventer smid Henricus Burgers (1843-1903) bouwde in 1868 zijn eerste vélocipède. Een ijzeren frame en houten wielen kenmerkte dit handgemaakte product. Reeds in 1869 richtte Burgers de Eerste Nederlandsche Rijwielfabriek op. In een aantal panden in de Broederenstraat werd omstreeks 1875 de eerste Nederlandse fietsenfabriek (op stoom) gestart. In de jaren ’70 en ’80 was Burgers de enige fabriek van formaat in Nederland, hetgeen de omzet ten goede kwam. De fabriek in de binnenstad werd te klein en in 1896 werd een geheel nieuwe fabriek aan de Rozengaarderweg gebouwd, met een capaciteit (in de topjaren) van zo’n 6000 fietsen per jaar.

De nieuwbouw van de fabriek was aanleiding om het familiebedrijf om te zetten in een NV, met een directeur (H. Burgers tot 1903, G. Burgers/A. Beers tot 1910, G.W.J. Kilsdonk tot 1945) en een raad van commissarissen (president J.A. Coldeweij). De fabriek met een oppervlak van 5700 m2, omvatte een groot aantal werkplaatsen. Vrijwel alle onderdelen werden in eigen beheer gemaakt: frames, velgen, sturen, naven, spatborden, zadels en zelfs banden. In 1906 werkten er ca. 500 mensen in deze fabriek.

Een precieze schatting van de productie over de jaren heen is moeilijk te maken, mede doordat het bedrijfsarchief niet meer te achterhalen is. Bekend is dat de productie in 1896 reeds een kleine 3000 fietsen bedroeg. Gaan we uit van een gemiddelde productie van ca 5000 fietsen in de jaren daarna, dan zal de totale afzet zo’n 300.000 fietsen tot 1961 hebben bedragen.
De ontwikkeling van Burgers vertoont veel parallellen met die van Fongers. Vanouds legde men zich toe op de productie van een kwalitatief hoogwaardig product. In de jaren ’90 leidde dit al tot het predicaat hofleverancier (van koningin Emma en Prins Frederik; verder gebreveteerd door de Koning van België). Eind jaren ’20 werd de fabriek in Deventer uitgebreid en een tweede locatie in Roermond geopend.

De relatief hoge prijsstelling, in combinatie met een behoudend modellenbeleid leidde tot stagnatie in de omzet in de naoorlogse jaren. In 1961 wordt het bedrijf, na een aantal verliesgevende jaren, gestopt. Het bedrijf heeft dan 92 jaar bestaan, waarbij trouw alle tienjaarsperioden werden gevierd (alleen het huidige Gazelle is langer in bedrijf). Pon in Amersfoort neemt de merknaam over, evenals een aantal onderdelen. Het merk wordt in de jaren ’80 ook nog door Union gevoerd. Sinds 1992 worden door firma WSB in Drachten weer fietsen gemaakt onder de naam Burgers. De oude fabrieksgebouwen in Deventer gingen medio jaren ’70, na langdurige leegstand, door een brand roemloos ten onder. Er resteren op dit moment nog slechts enkele oude fabriekswoningen.

De producten
Burgers is de enige Nederlandse fabriek die alle gangbare fietsmodellen heeft gemaakt. Houten doordraaier, hoge bi, Kangaroo, Frontdriver, racefiets, Rover, Acatène, driewieler, tandem, kruisframe, transportfiets, bakfiets en de klassieke toerfiets zijn achtereenvolgens geproduceerd. Met name de modellen uit de jaren 1870 - 1900 zijn vanwege hun technische diversiteit bijzonder interessant. Van de meeste modellen zijn wel enkele exemplaren bewaard gebleven en terecht gekomen in collecties (m.n. museum de Waag en Velorama).

Burgers heeft in de eerste vijftig jaren van zijn bestaan vaak de rol van technisch pionier vervuld. Enkele voorbeelden daarvan zijn:
• de Excentric Gear fiets uit 1896
• de Acatène (cardanasfiets) uit 1897
• een driepersoonstandem (1898)
• de militaire van Wagtendonk fiets (1903)

Minder opvallend, maar wel zo bepalend waren een aantal verbeteringen aan de klassieke toerfiets (vanaf ca. 1900), zoals:
• verlengd voorspatbord (1909)
• vaste rem op staande achtervork (1910)
• dichte kettingkast (ca. 1910)
• bagagedrager (ca. 1920)
• vaste dynamohaak (ca. 1920) >Specifieke onderdelen waren het zelf ontwikkelde balhoofd en het spatbord met ‘gootje’ en ‘wipje’.

Vanaf de jaren ’20 wordt het ENR-logo als transfer op de fietsen gebruikt (oranje driehoek met ‘ENR’ en kroontje). De drie koninklijke wapens werden op de zadelbuis afgedrukt.De Burgers fiets was in de jaren ’10 in feite volledig uitontwikkeld. In de latere jaren beperkten veranderingen zich voornamelijk tot de uitrusting. De naamgeving van de modellen is in de periode 1910 - 1960 nauwelijks gewijzigd (Standard, AA, AN, Riche en Royal zijn enkele vaste namen).

Naast fietsen maakte Burgers ook motorfietsen, een enkele auto (1900-1920), een fiets met hulpmotor (1931) en bromfietsen (1957). Geen van deze producten werd een succes. Naai- en vleessnijmachines werden wel gedurende langere tijd gefabriceerd.

Marketing
In de marketingstrategie van Burgers hebben de begrippen “kwaliteit” en “pionier” steeds een voorname plaats ingenomen. In de jaren vòòr 1900 was Burgers weliswaar de grootste fabrikant in Nederland, maar moest opgebokst worden tegen buitenlandse concurrenten. De prijscouranten uit de (late) jaren ’80 en de jaren ’90 bevatten naast veel technische informatie, ook bladzijden vol met -uiteraard- positieve reacties van Burgers-bezitters. Ook werd in de reclame veelvuldig gebruik gemaakt van de race-prestaties op Burgersfietsen. De racer Marten Kingma was in de jaren ’90 zo ongeveer het boegbeeld van de firma. Hij combineerde deze rol met die van filiaalhouder van Burgers in Amsterdam.

Het reclamemateriaal van Burgers was divers, maar qua stijl en uitvoering minder aansprekend dan dat van concurrenten als Fongers of Gazelle. Fraai zijn echter de series fietskaarten van de elf provincies, die in verschillende uitvoeringen werden uitgegeven in de periode 1917-1929. Vanaf de jaren ’20 worden de folders voornamelijk in de kleuren zwart en oranje uitgevoerd. Na 1940 verschijnt de eerste folder pas in 1953. Burgers maakte ook enkele fraaie affiches en emaille gevelborden.

Wat betreft distributie en service had Burgers zijn eigen aanpak. Van meet af aan heeft het merk een aantal eigen filialen gehad in de grotere Nederlandse steden (maximaal 19). Verkoop en reparatie werden op deze wijze in één hand gehouden. Uiteindelijk hield dit kostbare systeem geen stand en werd langzaam maar zeker overgeschakeld op agentschappen. Zowel in Deventer, alsook bij een aantal filialen had Burgers eigen fietsscholen. Als extra service voor de gebruikers was er de mogelijkheid oude fietsen naar wens te laten reviseren in de fabriek.

Burgers als verzamelobject
Los van de vraag of Burgers de mooiste fietsen van eigen bodem heeft gemaakt (kwestie van smaak), kan het merk zonder twijfel als het meest interessante in fietshistorisch opzicht worden gekwalificeerd. Toch staat Burgers in verzamelaarskringen minder in de aandacht dan sommige andere merken. Naar de redenen hiervan moet worden gegist. Het gegeven dat er minder (schriftelijk) materiaal van het bedrijf is overgebleven speelt wellicht een rol, ook het relatief beperkte aanbod van oude Burgers fietsen kan van invloed zijn (er rijden zelden Burgers fietsen mee tijdens toertochten!?). Naar verluidt zou de relatief slechte lakkwaliteit er toe geleid hebben dat veel Burgers fietsen zijn overgeschilderd of anderszins niet meer herkenbaar zijn. De Burgers tentoonstelling in Deventer draagt hopelijk bij tot nieuwe belangstelling voor dit oude merk. Museum de Waag heeft een boeiende verzameling Burgers fietsen (en een aantal andere), evenals de nodige documentatie. Waar slechts een deel is tentoongesteld, is deze collectie op aanvraag te bezichtigen. De collectie van Velorama mag hier bekend worden verondersteld.

Overigens is mij geen dateringslijst van framenummers bekend (een vast systeem in de nummering lijkt afwezig; datering kan soms plaatsvinden aan de hand van facturen, maar meestal aan de hand van kenmerken). Vermeldenswaard is nog het boekje “De geschiedenis van Burgers Deventer is de geschiedenis van de fiets” van de hand van de oer-verzamelaar George Hogenkamp (1939). Dit werkje is tamelijk schaars en doet al gauw ƒ75 - 100 in de handel. Het boekje bevat meer informatie over de fietshistorie in het algemeen dan over Burgers. Een compleet overzichtswerk zou nog eens geschreven moeten worden.

Jos Rietveld
oktober 1997

Geraadpleegde bronnen
• De geschiedenis van de Burgers Deventer is de geschiedenis van de fiets (G.J.M. Hogenkamp, 1939 t.g.v. het 70-jarig jubileum van de N.V. Eerste Nederlandsche Rijwiel- en Machinefabriek v/h H. Burgers
• Burgers folders 1893/1953
• documentatie bij de tentoonstelling ‘Burgers ga toch fietsen’ (museum de Waag Deventer, 1996)